Austen & Partners

Legal, Tax, Estate & Management Consult


Model 210 stap voor stap uitgelegd (met voorbeelden)

Model 210 stap voor stap uitgelegd (met voorbeelden)

Als je buiten Spanje woont en hier inkomsten verdient, hier een woning bezit of er eentje hebt verkocht, kan Model 210 sneller opduiken dan je zou verwachten. En eerlijk is eerlijk: het is niet bepaald het vriendelijkste formulier binnen het Spaanse belastingstelsel. Toch wordt het een stuk overzichtelijker zodra we het opdelen in behapbare stukken. Dat is precies wat we hier gaan doen: uitleggen waarvoor het formulier dient, wanneer je het meestal nodig hebt, hoe je het stap voor stap invult en hoe de cijfers er in de praktijk uit kunnen zien. De AEAT gebruikt Model 210 als standaard aangifteformulier voor niet-ingezetenen zonder vaste inrichting in Spanje, en het kan worden gebruikt voor inkomsten, fictief vastgoedinkomen en vermogenswinsten.

Bij Austen & Partners weten we dat belastingformulieren vaak veel erger lijken voordat je begrijpt hoe ze werken. Zodra dat kwartje valt, wordt alles toch wat rustiger. Niet magisch, misschien, maar genoeg om weer even adem te halen.

Waar dit formulier eigenlijk voor dient

Model 210 is het formulier dat niet-ingezetenen gebruiken om bepaalde inkomsten uit Spaanse bron aan te geven wanneer zij geen vaste inrichting in Spanje hebben. Hetzelfde formulier wordt gebruikt voor huurinkomsten, fictief inkomen uit stedelijk vastgoed dat je voor eigen gebruik aanhoudt, en winsten uit de verkoop van Spaans vastgoed. Het kan worden ingediend voor één afzonderlijke inkomstenpost, of in sommige gevallen als gegroepeerde aangifte voor meerdere bedragen die aan dezelfde voorwaarden voldoen.

Dat betekent niet dat je het altijd moet indienen. Volgens de AEAT bestaat er in het algemeen geen aangifteplicht voor inkomsten waarop al correct bronbelasting is ingehouden of een vooruitbetaling is gedaan, of voor inkomsten die zijn vrijgesteld op basis van de Spaanse wet of een toepasselijk belastingverdrag. Uiteraard zijn er uitzonderingen, waaronder bepaalde teruggaafsituaties en sommige vermogenswinsten. Dus ja, dit is zo’n onderwerp waarbij het woord “het hangt ervan af” nogal vaak voorkomt. Best vaak, eigenlijk.

Wie meestal Model 210 moet indienen

Een veelvoorkomend geval is de niet-ingezetene die een stedelijke woning in Spanje voor eigen gebruik bezit, of die simpelweg leeg laat staan. In dat geval kunnen Spaanse belastingregels leiden tot een heffing over fictief inkomen. Voor Model 210 wordt dit aangegeven als inkomstensoort 02, waarbij de belastbare grondslag wordt berekend door 1,1% of 2% van de kadastrale waarde toe te passen, afhankelijk van de omstandigheden.

Een ander klassiek scenario betreft huurinkomsten. Als je een Spaanse woning verhuurt, gebruik je doorgaans Model 210 om die huurinkomsten aan te geven. Voor normale huurinkomsten gebruik je type 01. Indien de huurinkomsten niet aan bronheffing onderworpen zijn en afkomstig zijn van meerdere betalers, geeft de AEAT aan dat je type 35 moet gebruiken. Bovendien geldt sinds 16 december 2023 dat aangiften voor verhuurd of onderverhuurd vastgoed onder type 01 of 35 alleen door de belastingplichtige zelf kunnen worden ingediend. Dat detail wordt verrassend vaak over het hoofd gezien.

Een derde belangrijk scenario is de verkoop van Spaans vastgoed door een niet-ingezetene. In dat geval gebruik je Model 210 om de vermogenswinst aan te geven, meestal onder type 28, tenzij een vrijstelling wegens herinvestering in de hoofdwoning leidt tot codes 33 of 34. Daarnaast moet de koper doorgaans 3% van de overeengekomen prijs inhouden en afdragen aan de Spaanse fiscus als vooruitbetaling voor de verkoper. Die inhouding wordt later verwerkt in de berekening van Model 210. De indieningstermijn voor vastgoedverkoop is anders dan de gebruikelijke kwartaaltermijnen: de aangifte moet worden ingediend binnen drie maanden na de eerste maand volgend op de verkoopdatum.

Wat je bij de hand moet hebben voordat je begint

Voordat je start, raden wij sterk aan om eerst je identificatiegegevens, vastgoedgegevens, inkomensbedragen, data en bankgegevens te verzamelen. Dat klinkt logisch, maar het voorkomt verrassend veel heen-en-weer gedoe. Als jij de belastingplichtige bent en nog geen Spaans NIF hebt, staat de AEAT toe dat je via het predeclaratieproces een identificatiecode verkrijgt zodat deze in het formulier kan worden opgenomen. Klein detail, maar echt nuttig, en makkelijk te missen als je haast hebt.

Hoe je Model 210 stap voor stap invult

Stap 1. Bepaal de inkomsten en de juiste periode

De eerste beslissing is eigenlijk niet technisch, maar conceptueel: wat geef je precies aan? Een woning voor eigen gebruik? Huur? Een verkoop? De AEAT staat in sommige gevallen gegroepeerde aangiften toe, maar niet altijd. In het algemeen kan dit wanneer het gaat om inkomsten van hetzelfde type, van dezelfde betaler, onder hetzelfde belastingtarief en (indien gekoppeld aan een actief) uit hetzelfde actief. Voor huurinkomsten uit vastgoed zonder bronheffing kan groepering ook mogelijk zijn bij meerdere betalers; daar komt type 35 in beeld. Sinds inkomsten opgebouwd vanaf 2024 mogen huurinkomsten uit verhuurd of onderverhuurd vastgoed bovendien jaarlijks worden gegroepeerd, terwijl veel andere aangiften nog per kwartaal verlopen.

Stap 2. Kies de juiste inkomenscode

Dit is belangrijker dan veel mensen denken. Voor fictief stedelijk vastgoedinkomen gebruik je code 02. Voor huurinkomsten meestal 01, of 35 als je in de situatie zit met meerdere betalers en geen bronheffing. Voor winst bij verkoop van vastgoed is de algemene code 28, terwijl 33 en 34 gelden in bepaalde herinvesteringssituaties. Als je dit fout invult, begint eigenlijk de hele aangifte al verkeerd. Heel Spaans-bureaucratisch om dat zo te zeggen, maar toch waar.

Stap 3. Vul de gegevens van belastingplichtige en vastgoed in

Daarna ga je naar de identificatieblokken: gegevens van de belastingplichtige, land van fiscale woonplaats, adres en (indien relevant) de gegevens van het vastgoed. Voor inkomsten die verband houden met onroerend goed vereist de AEAT dat je de vastgoedinformatie volledig invult, dus doe dat zorgvuldig en zorg dat het pand duidelijk identificeerbaar is. Gebruik je de papieren predeclaratie en heb je geen Spaans NIF, dan wordt die eerder genoemde identificatiecode hier extra belangrijk.

Stap 4. Bereken de belastbare grondslag

Dit is het hart van het formulier. Voor fictief inkomen wordt de belastbare grondslag berekend door 1,1% of 2% toe te passen op de kadastrale waarde. In grote lijnen geldt 1,1% voor de door de AEAT omschreven herzieningssituaties, en 2% voor de overige gevallen. Kosten zijn op dit fictieve inkomen niet aftrekbaar.

Voor huurinkomsten geldt als algemene regel dat de belastbare grondslag begint bij het bruto ontvangen bedrag van de huurder. Wel staat de AEAT bepaalde kostenaftrekken toe voor belastingplichtigen die wonen in een andere EU- of EER-staat met toepasselijke informatie-uitwisselingsregels, mits die kosten rechtstreeks verband houden met de Spaanse inkomsten en correct worden onderbouwd. Voor iedereen anders geldt de strengere regel: bruto inkomen, geen aftrek. Niet bepaald gezellig, maar wel duidelijk.

Voor vermogenswinsten bij verkoop geldt als basisregel dat de winst gelijk is aan het verschil tussen de overdrachtswaarde en de verkrijgingswaarde, met inachtneming van nadere correcties en overgangsregels die de AEAT toepast op oudere activa. In gewone mensentaal: verkoopprijs minus fiscale aankoopwaarde, plus eventuele verfijningen.

Stap 5. Pas het juiste belastingtarief toe

Voor veel inkomsten van niet-ingezetenen onder het algemene IRNR-regime hanteert de AEAT een tarief van 19% voor inwoners van de EU, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein, en 24% voor andere belastingplichtigen. Voor vermogenswinsten uit overdracht van activa geldt eveneens een tarief van 19%. Daarom maakt fiscale woonplaats zo’n groot verschil bij huurinkomsten, terwijl een eenvoudige vastgoedverkoop meestal weer op 19% uitkomt.

Stap 6. Dien correct in en betaal op de juiste manier

De AEAT staat indiening toe online of via papieren predeclaratie, afhankelijk van het geval. Online indienen kan een certificaat, DNI electrónico of Cl@ve vereisen in de situaties die de AEAT beschrijft. Betalen kan via een door de bank gegenereerde NRC, via de eigen betaalgateway van de AEAT met rekeningafschrijving, kaart of Bizum, of via domiciliëring waar toegestaan. Voor sommige belastingplichtigen in het buitenland is betaling ook mogelijk via bankoverschrijving vanuit het buitenland, maar daar is de AEAT streng in: de overschrijving moet in euro’s gebeuren en de omschrijving mag uitsluitend het door het systeem gegenereerde betalingskenmerk bevatten. Alleen dat. Niets anders. Zelfs geen vriendelijk extra berichtje.

Drie eenvoudige voorbeelden

Voorbeeld 1. Een vakantiewoning voor eigen gebruik

Stel dat je fiscaal inwoner bent van Duitsland en een stedelijk appartement in Spanje bezit voor eigen gebruik. De kadastrale waarde bedraagt €120.000 en de situatie laat toe dat je 1,1% toepast. Dan bedraagt de fictieve belastbare grondslag €1.320. Bij een tarief van 19% komt de verschuldigde belasting uit op €250,80. Zou de woning onder de 2%-regel vallen, dan wordt de belastbare grondslag €2.400 en de belasting €456. Zelfde woning, heel ander resultaat.

Voorbeeld 2. Jaarlijkse huuraangifte

Een voorbeeld van de AEAT zelf gaat uit van een belastingplichtige in Duitsland die in 2024 €1.000 per maand aan huur ontvangt voor een appartement in Madrid. Bij jaarlijkse groepering toont de aangifte €12.000 bruto huurinkomsten€12.000 belastbare grondslag en een 19% belasting, wat leidt tot €2.280 te betalen. Een nuttig referentiepunt, omdat dit sterk lijkt op de realiteit van veel niet-ingezeten verhuurders: één woning, één betaler, één jaar, één aangifte.

Voorbeeld 3. Verkoop van Spaans vastgoed

Stel nu dat je een Spaanse woning verkoopt voor €300.000 en je fiscale verkrijgingswaarde bedraagt €250.000. Je winst is dan €50.000. Bij 19% bedraagt de belasting €9.500. Maar de koper moet doorgaans 3% van de prijs inhouden (in dit geval €9.000) via Model 211. In een eenvoudige berekening zou dat betekenen dat er nog €500 bij te betalen is via Model 210. In andere gevallen kan de inhouding hoger zijn dan de uiteindelijke belasting en ontstaat juist recht op teruggaaf.

De fouten die wij het vaakst zien

De grootste fouten zijn opvallend repetitief: de verkeerde inkomenscode kiezen, de verkeerde periode invullen, vergeten dat huurinkomsten vanaf 2024 jaarlijks mogen worden gegroepeerd, over het hoofd zien dat verhuur met meerdere betalers type 35 kan vereisen, aannemen dat kosten altijd aftrekbaar zijn terwijl dat niet zo is, of een verkeerde omschrijving gebruiken bij betaling vanuit het buitenland. Een andere veelgemaakte fout is denken dat de 3% inhouding bij vastgoedverkoop betekent dat er verder niets meer hoeft te gebeuren. Financieel klopt dat soms bijna, maar procedureel absoluut niet.

Tot slot

Wat is nu de eenvoudigste manier om naar Model 210 te kijken? Wij zouden het zo samenvatten: bepaal eerst welk type inkomen je hebt, daarna wanneer het is ontstaan, bereken vervolgens de grondslag, pas het juiste tarief toe, trek eventuele inhoudingen of aftrekposten af en denk pas dán aan indiening en betaling. Met andere woorden: begin niet bij het formulier zelf. Begin bij het verhaal áchter het formulier.

Die kleine denkomslag helpt enorm. En eerlijk? Zodra je dat doet, valt Model 210 ineens best mee.